Tijd voor de Toekomst

Meer dan een jaar zitten we nu in de coronacrisis, het nieuwe normaal is alweer gewoon geworden. Dat was anders in het voorjaar van 2020, de pandemie overviel ons met angst voor een onbekend virus. Het zorgeloze normale leven was opeens verdreven door een anderhalvemetermaatschappij met weinig contact, mondkapjes en Zoom-meetings. De grote leegte van de eerste lockdown werd voor mij, en vele anderen, een soort existentieel probleem: wat heeft de studie nog voor zin zonder contact met medestudenten of heb ik wel een echte baan als ik alle dagen thuis zit te werken? Door het niets werden we veroordeeld tot de vrijheid, had Sartre kunnen zeggen. Het doet me denken aan de vraag die ik altijd stelde tijdens het interviewen van eerstejaarsstudenten voor mijn studievereniging: wat is de zin van het menselijk Zijn? De vraag was ludiek bedoeld maar de antwoorden waren vaak serieus: ‘de wereld beter achterlaten,’ was vaak het antwoord. Altijd dacht ik dan, doen we dat ook werkelijk en doet de politiek dit ook? Het is een onderwerp waar de politiek, de Jonge Democraten en D66 in het bijzonder, na de pandemie ook over na moeten denken. Laten we de wereld wel beter achter voor toekomstige generaties? Zijn we wel goede voorouders? 

Inzending voor de schrijfwedstrijd van Maurice Schoo

Een goede voorouder zijn, het blijft een abstract en vaag concept. Ga maar na, het is al moeilijk te bepalen wat goed is in het heden, laat staan voor in de toekomst. Zelf denk ik dat we al een heel eind kunnen komen als we kijken naar het besef van tijd. Tijd ervaren wij, met name in het Westen, als lineair, er is een verleden, heden en toekomst. Dit heeft natuurlijk met causaliteit te maken: een glas met water valt eerst voordat het stuk gaat, maar er is ook een belangrijk cultureel component. Zo is het christendom een duidelijke lineaire lijn te zien: van de schepping tot aan de dag des oordeels, met daar tussen de mens die zondigt en zondigt, het is een lijn met één richting.

Met de Verlichting werd dit eschatologisch wereldbeeld vervangen door een seculier narratief of zoals de Brits filosoof Anthony Kenny zegt: ‘Een kernpunt in de leer van de Verlichting was juist dat de mensheid niet van een eerdere hoogte gevallen was, maar een steeds betere toekomst tegemoet ging.’  Het was de geboorte van het vooruitgangsdenken, de zondeval was iets voor het verleden, de mens moest vooruit. Wat die vooruitgang precies was kon ideologisch worden ingevuld, vrijheid, natiestaat of arbeidersparadijs. Maar meestal was het toch economische groei waar we sinds de Industriële Revolutie een obsessie mee hebben, aldus politicoloog Roman Krznaric. De lopende band van Henry Ford zorgde voor een verdere linearisering van de tijd, door de productieketens met een begin en eind werd de tijd iets wat opgedeeld, gemeten en betaald kon worden. Ook nu blijven we, ondanks voorzichtige veranderingen, voornamelijk nog van grondstof naar product en van product naar afval gaan.  

De klimaatstakingen van bassischoolkinderen, scholieren en studenten laten zien dat er een noodzaak is dat toekomstige generaties een plek opeisen.

Maar waarom kunnen we met dit tijdsbesef geen goede voorouder zijn? Het komt omdat ons leven ook als een losstaande keten zien, we worden met de geboorte op de lopende band van het leven gezet om vervolgens aan het einde er af te vallen. In het Westerse denken blijft de mens een losstaand iets in de tijd, we zijn allemaal losstaande lijntjes in de tijd die niet in verbinding staan. Het is op die manier bijna onmogelijk om intergenerationeel te denken. Veel problemen van nu zijn ook te linken aan de lineaire tijd. De klimaatcrisis, vervuiling, kansenongelijkheid en het verlies aan biodiversiteit, het zijn allemaal problemen die zich over meerdere generaties uitstrekken en daarom is het ook nodig dat we over meerdere generaties gaan denken. We hebben een nieuwe tijd nodig die eerder cyclisch is dan lineair. In de Oosterse filosofie en religies is dit tijdsbeeld nog steeds ingebed in de cultuur. Het bekendste voorbeeld is wel het hindoeïsme, waar de cycli van wedergeboorten de verschillende generaties, uit het verleden en van de toekomst, elkaar verbinden.

Dit komt tot uiting in het welbekende begrip van karma, wat alle acties en daden zijn van een individu die gevolgen kunnen  hebben voor een volgend leven na reïncarnatie. Je eigen leven staat op deze manier direct in verbinding met de generaties voor en na je. Het is een idee dat na de pandemie een grotere invloed mag krijgen in de maatschappij, dat we inzien dat de daden van nu invloed hebben op de kinderen en kleinkinderen van de toekomst. Het cyclisch denken kan verder een breuk geven met de negatieve kanten van het vooruitgangsgeloof, het naïeve idee dat er voortdurend groei en vooruitgang is zonder stop maakt plaats voor een realistischer beeld waar ‘lange perioden van schepping, behoud en ontbinding elkaar opvolgen in eindeloze afwisseling,’ aldus de filosoof en voormalig president van India Sarvepalli Radhakrishnan.  

Toch is er nog ruimte voor een radicaler en vooruitstrevender idee: het geven van rechten aan generaties van de toekomst.

De verandering van lineair naar cyclisch is een lastig proces omdat het lineaire denken enorm verweven is in de manier waarop we naar de wereld kijken. Gelukkig heb ik de ingelijste inspirational quotes van mijn moeder tot m’n beschikking: onderschat nooit de kracht van kleine stapjes. Het is allereerst mogelijk om te beginnen bij de generaties die nog de meeste toekomst voor zich hebben, inderdaad kinderen en jongeren. De klimaatstakingen van bassischoolkinderen, scholieren en studenten laten zien dat er een noodzaak is dat toekomstige generaties een plek opeisen. Het is een kritiek op voorgaande en huidige generaties die het klimaatprobleem over het hoofd hebben gezien, genegeerd of weggestopt hebben. Van hieruit is het nog maar een kleine stap om het geheel aan toekomstige generaties een politieke plek te geven. In het sociaalliberalisme staat het individu niet los van de samenleving maar is er een nauwe samenhang tussen die twee. Alleen staan hier beide begrippen nog wel los van de tijd, waarom verbinden individu en samenleving niet met de geschiedenis en toekomst van die twee. Het begin is in ieder geval gezet, de generatietoets die in het verkiezingsprogramma van D66 staat is al een manier om een zekere verbinding te maken met de generaties die nog komen. Het is die verbinding tussen de generaties dat we uit de cyclische tijd kunnen halen.

Toch is er nog ruimte voor een radicaler en vooruitstrevender idee: het geven van rechten aan generaties van de toekomst. Het is een manier om ervoor te zorgen dat toekomstige mensen de rechten van nu ook nog hebben, want ook zij hebben recht op vrijheden, goede gezondheidszorg en een goed leefklimaat. Een herdefiniëring van wat recht of rechtvaardig zal misschien nodig zijn maar het stelt ons in staat om actief een goede voorouder te zijn en het voorkomt het doorschuiven van problemen van nu naar later. 

De pauzeknop die de coronapandemie was voor de samenleving liet in zekere zin ook de tijd stilstaan. Het is daarom nu de kans om over te schakelen naar een andere tijd, die zich richt op de lange termijn in plaats van het korte geluk; een tijd die duurzaam is en problemen oplost en niet doorschuift; een tijd die generaties verbindt en een stem geeft aan de generaties die nog moeten komen. Het is tijd voor een nieuwe tijd, een tijd voor de toekomst.


Maurice Schoo is penningmeester van de afdeling Wageningen en studeert daar plantenwetenschappen.

Dit artikel is een inzending voor de schrijfwedstrijd die de DEMO dit jaar organiseert, met het thema: Wat moet anders na corona?

Bron omslagfoto: Max Pixel

Geef een reactie