Rutger Schonis: “meer maatwerk voor de provincies”

Hij lijkt bijna weggestopt te zitten. In de negentiende eeuwse gang van het Tweede Kamergebouw waar de D66-parlementariërs huizen zit de 42-jarige Rutger Schonis zo’n beetje aan het einde samen met zijn kamergenoot Sjoerd Sjoerdsma. Toch heeft het nieuwste fractielid in de vier maanden na zijn komst al redelijk zijn draai gevonden in de Haagse politiek.

“Nou Kees, Wubbo Okkels en André Kuipers kregen ook niet direct de spaceshuttle mee”

Schonis loopt al sinds 1998 rond bij D66 en had diverse functies in de partij voor hem gevraagd werd in 2015 om zich te kandideren voor de Provinciale Staten. Drie jaar lang was hij Statenlid in Zeeland, maar afgelopen zomer kreeg hij een seintje dat daar verandering in zou komen. De afgestudeerde milieukundige en jurist kreeg een belletje van partijleider Alexander Pechtold: “Er gaat iemand weg, dit najaar.” Door de verschuivingen in de fractie na de formering van Rutte III was het Zeeuwse Statenlid de eerstvolgende die op het lijstje stond om te vertrekken naar Den Haag. Tot aan het D66-congres in ’s-Hertogenbosch in oktober was hijzelf nog in het ongewisse wie er vertrok. “Ik werd een soort kledingkast in de Brabanthallen ingeduwd door Kees Verhoeven. ‘Ga maar zitten.’ ‘Ik zou niet weten waar?’ En vervolgens: ‘Alexander stopt, je kan je kandideren als nieuwe fractievoorzitter.’ ‘Nou Kees, Wubbo Okkels en André Kuipers kregen ook niet direct de spaceshuttle mee.’”

Het was een grote overstap van het wat medialuwe Middelburg naar het hectische Den Haag waar continu de media aan het draaien is. Schonis kreeg ook meteen het hele riedeltje rondom de benoeming van Rob Jetten mee. Toch kiest hij voor Den Haag als hem gevraagd wordt een keuze te maken tussen Vlissingen en Den Haag. “De boulevard hierbij Scheveningen is toch wat leuker.”

De keuze voor Den Haag maakt hij niet omdat hij zich als LHBT’er daar meer thuis voelt dan in het gereformeerde Zeeland. “Daar ben ik absoluut niet mee bezig en ook in Zeeland is het geen thema dat iedere dag aan bod komt. Het speelt op zo’n moment van de Nashville verklaring.” Schonis noemt het dan ook opvallend dat er behoorlijk wat weerklank was tegen deze verklaring vanuit de Zeeuwse gereformeerde kringen.  In het dagelijks leven merkt hij eigenlijk verder vrij weinig van een homofobe gereformeerde stem.

“Artikel 1 van de Nederlandse grondwet is er voor iedereen, dus ook voor de provincie Zeeland.”

Wel was het aan Schonis te danken dat Zeeland als ‘gereformeerde’ provincie in 2018 eindelijk een regenboogprovincie is geworden. Iets wat in Friesland nog niet helemaal wil lukken. De confessionele partijen bepalen volgens Schonis vaak het debat hierover en verdedigen zich door te zeggen: ‘Ja, maar dat is geen kerntaak voor de provincie’. “Alsof je uitspreken voor inclusiviteit van de samenleving een kerntaak zou zijn waarover je kan discussiëren. Artikel 1 van de Nederlandse grondwet is er voor iedereen, dus ook voor de provincie Zeeland.”

Ondanks zijn overstap naar de Haagse politiek vindt Schonis nog steeds dat hij de Zeeuwse kiezer moet blijven vertegenwoordigen. “Ik merk gewoon dat er heel makkelijk gedacht wordt met allerlei gemiddelden. Voor een heel groot deel van Nederland klopt dat ook, als het gaat om bekostiging van scholen, als het gaat om bekostiging van andere soortige voorzieningen als sport en noem het allemaal maar op. Alleen in een gebied als Zeeland gaan die gemiddelden niet op.” Volgens Rutger Schonis loopt Zeeland daarin ook voorop, want de Kop van Noord-Holland, West-Brabant hebben ook daarmee te maken. “Ik zeg niet dat wij een probleemgebied zijn, want daar pas ik voor. Want dat zijn wij niet. We hebben bevolkingskrimp, een vergrijzende bevolking, dat hebben we en daar moet soms maatwerk voor geboden worden.” Schonis benadrukt wel dat Zeeland niet de problemen van Groningen heeft. Hij blijft erop hameren dat Den Haag voor de provincies meer maatwerk moet bieden. “Als er in Oostburg, Zeeuws-Vlaanderen, geen middelbaar onderwijs meer zou zijn, dan is de eerstvolgende Nederlandse middelbare school voor mensen uit Sluis en Aardenburg gewoon 15/20 kilometer verder en dan heb je het al over een reistijd van minstens 40/45 minuten. Dus dan krijgt de bereikbaarheid en toegankelijkheid van onderwijs een heel ander soort thema.” (zie ook: DEMO 2018, nr. 2, blz. 12.)

“We leven nog steeds in het huis van Thorbecke.”

Met zijn drie jaar ervaring in de Provinciale Staten kent Rutger Schonis de provinciale politiek en diens imago goed, maar hij durft niet te stellen dat het een imagoprobleem heeft. Volgens hem heeft het veel meer te maken met de regionale identiteit van een provincie. “De metropoolregio hier in Den Haag en Rotterdam gaat natuurlijk zelf over zijn eigen openbaar vervoer. Voor de rest doet de provincie dat en in Noord-Holland geldt hetzelfde. Daar is Amsterdam een aparte regio openbaar vervoer, dus daar gaat de provincie Noord-Holland niet over. Dat maakt dat die provincies ook niet over heel veel dingen gaan, dus dat spreekt mensen minder aan.  In provincies als Brabant, met die uitgesproken identiteit, speelt dat veel minder, omdat dat zo is. Kijk naar Groningen bijvoorbeeld: die hebben grote infrastructurele projecten rondom de stad en dat doet daar een provincie, terwijl hier de stad dat zelf zou doen.”

Schonis is wel van mening dat de provinciale staten nog steeds een toegevoegde waarde hebben in het huidige politieke systeem: “We leven nog steeds in het huis van Thorbecke. Ik denk dat je als je dat er tussenuit fietst dan een enorme stap krijgt en op een of andere manier gaan er dan dingen tussen het wal en het schip vallen.” Wel vindt hij dat we verplicht zijn om na te denken over de bestuurlijke indeling van Nederland. Het liefste zou hij de gemeenschappelijke regelingen willen aanpakken. Schonis noemt het ook een ‘democratisch gedrocht’. Als voorbeeld haalt hij de omgevingsdienst aan. “De provincie heeft maar 40% van de stemmen. De rest is allemaal gemeentelijk en een klein beetje ligt bij het waterschap. Een gedeputeerde of een gemeenteraadslid heeft dan ook te weinig macht om iets te veranderen.”

“We moeten deze periode gaan gebruiken om ervaring op te doen met rekeningrijden.”

Als woordvoerder mobiliteit van de D66-fractie ligt ook het dossier over de Westerscheldetunnel op zijn bureau. Ondanks dat de Zeeuws-Vlaamse boeren blijven pleiten voor een tolvrije tunnel ziet Rutger Schonis dat zelf niet zitten: “Die toltunnel gaat als een tierelier. De passages nemen jaarlijks nog meer toe dan de prognoses van destijds, dus de tol is niet een belemmering om die tunnel te pakken. Tot 2033 mag je wettelijk tolheffen en geef nu de huidige gebruiker een voordeel door de tolheffing te halveren, want dat kan makkelijk uit en dan kunnen we nog steeds in 2033 en waarschijnlijk zelfs nog eerder stoppen met tolheffen.”

Schonis heeft zich wel ten doel gesteld om de termijn die hem nog rest in de kamer om zich in te zetten voor het ‘betalen naar gebruik’. Deze afspraak is ook opgenomen in het regeerakkoord, maar komt nog nauwelijks van de grond. Met de toename van het gebruik van elektrisch rijden dient de overheid daar qua infrastructuur met een laadpalenplan ook beter op in te spelen. Door de afname van de opbrengsten uit de benzineaccijnzen moet er ook gezocht worden naar alternatieven om geld binnen te krijgen. “We moeten deze periode gaan gebruiken om ervaring op te doen met rekeningrijden, zoals we dat straks landelijk moeten uitrollen, die technologie is al veel verder, met je app of met een pasje, dat kan makkelijk. We moeten het nu wel gaan doen.” Doordat het op termijn voordelig gaat worden om elektrisch te rijden gaat ook het gebruik toenemen. Hierdoor zal het gebruik exponentieel gaan toenemen en Schonis ziet dan ook echt een rol voor de overheid weggelegd om dat te temperen.

Aan het eind van het gesprek waagt Rutger Schonis ook nog een kleine voorspelling voor de aankomende verkiezingen te doen. Hij ziet een belangrijke rol weggelegd voor de restzetels bij de getrapte Eerste Kamerverkiezing: “want die gaan de doorslag geven.”


Tekst en foto: Mathijs van der Loo

Geef een reactie