Het Constitutionele Circus van Boris Johnson

Floppy Johnson can’t get an election” kopte het conservatieve schandaalblad The Scottish Sun op 5 september, verwijzend naar het penis-eufemisme ‘Johnson’ en erectiestoornissen. Een dag eerder had het Britse Lagerhuis met twee stemmingen premier Boris Johnsons’ (Conservatives) plannen voor een Brexit op 31 oktober gedwarsboomd: Een wetsvoorstel tegen een No Deal-Brexit werd aangenomen, terwijl een voorstel voor vervroegde verkiezingen op 15 oktober werd verworpen. Op het eerste gezicht een overwinning van de oppositie. Maar, zoals oppositieleider Jeremy Corbyn (Labour) en rijzende ster Jo Swinson (Liberal Democrats) hun achterban al waarschuwden: deze stemmingen bieden geen enkele garantie dat Johnson zijn zin niet doordrukt. Anders dan in Nederland heeft de premier namelijk veel ruimte om naar eigen dunk te regeren en, althans in theorie, heeft het parlement schrikbarend weinig middelen om dat in te perken. De enigszins kinderachtige kop van het schandaalblad was daarom ook nog eens te kort door de bocht: Johnson heeft helemaal geen Viagra nodig om te presteren. Hij kan alsnog verkiezingen forceren door het vertrouwen in zijn eigen regering op te zeggen, de EU dwingen zijn land het lidmaatschap te ontnemen, of simpelweg de wet van de oppositie negeren en geen uitstel vragen voor de Brexit, zodat 31 oktober alsnog het definitieve einde van het EU-lidmaatschap zal zijn. Stuk voor stuk smerige politieke trucjes, maar niets onconstitutioneels.

Dat alles heeft te maken met het verschil tussen de Nederlandse Grondwet en de Britse grondwet. Het Verenigd Koninkrijk heeft er namelijk geen. En daar zijn de Britten juist trots op. Alles vastleggen in formele, moeilijk te wijzigen en door rechters toetsbare documenten, dat is iets voor onstabiele en conflictrijke landen op het achterlijke continent. Dat is inderdaad nodig bij de Europese Moloch, dankzij de Oost-Europese leiders met dictatoriale trekjes en de Brusselse technocraten die bang zijn voor wat het volk wil. Ook typisch iets voor Frankrijk dat grondwetten verslindt als een Koekiemonster, met twee keizerrijken, drie koninkrijken, vijf republieken, en twee interimregimes in slechts twee eeuwen tijd. Of iets voor de Duitsers, die honderd jaar lang in conflicten verkeerden en elke keer verloren zodra de heldhaftige Britse jongens de orde op het continent herstelden. Nee, de Britten zijn een veel te keurig en beschaafd volk dat prima gedijt op ongeschreven regels, onuitgesproken consensus en onaantastbare traditie. 

Althans, dat waren zij tot voor kort. De steeds meer versplinterde Britse politieke elite lijkt het, sinds het Brexit-referendum van 2016, nog maar over één ding eens te zijn: Dat ze het oneens zijn over hoe hun eigen politieke bestel werkt. Met de regering-Johnson die het parlement openlijk uitdaagt, een koningin die steeds controversiëlere beslissingen moet ondertekenen, ‘s werelds oudste partij die een onomwonden zuivering van andersdenkenden uitvoert, en deellanden die openlijk twijfelen aan het centrale overheidsgezag van dit Verdeelde Koninkrijk, is het niet vreemd dat steeds meer Britten vraagtekens zetten bij hun grondwetloze land. 

Wellicht moeten zij niet het starre voorbeeld van Nederland volgen, waar we meer dan twintig jaar lang bezig waren met de kroonbenoeming van burgemeesters en commissarissen uit de Grondwet halen. Wel zouden de Britten voort kunnen boorduren op een deels Nederlandse toevoeging aan de Britse politiek. De Nederlandse stadhouder Willem III van Oranje, tevens Koning van Engeland, Ierland en Schotland, legde samen met het Engelse parlement een wet vast die nog steeds in alle voormalige delen van het Britse koloniale rijk geldt. De voor die tijd zeer vooruitstrevende Bill of Rights 1689 legde de eerste basis voor een rechtstaat, een parlementaire monarchie en universele mensenrechten vast. 

Deze semi-grondwet was het model voor de gelijknamige amendementen op de Amerikaanse Grondwet uit 1791, inspireerde Thorbecke bij het invoeren van onze eigen Grondwet in 1848, en zou uiteindelijk leiden tot de historische mensenrechtenverdragen van de Verenigde Naties en de Europese Unie. Een prestatie waar de Britten terecht trots op zijn; maar deze wet is bij lange na geen volwaardige grondwet die het reilen en zeilen van het schip van de staat reguleert. Ondanks een aantal amendementen en toevoegingen door de eeuwen heen is die er nooit gekomen.

Het is des te ironischer dat het ooit zo vooruitstrevende parlement in Westminster volledig is ingehaald door de veel jongere democratieën die op haar zijn geïnspireerd. Hopelijk trekt ze lessen uit haar huidige politieke circus, nu hoofdact Boris de Clown het zo bont maakt. Het door haar zo verachte Europa is tegenwoordig een continent vol voorbeelden van hoe het wél moet. Maar de kans is klein dat een post-Brexit Verenigd Koninkrijk de wijsheid, laat staan de politieke rust, zal hebben voor een bij Europese landen afgekeken masterclass staatsinrichting. Blijft ze de huidige koers varen, dan is het veel waarschijnlijker dat we over een paar jaar de naam “het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland” alleen nog maar terugvinden in de geschiedenisboeken. Potentieel leedvermaak terzijde, gun ik dat de miljoenen Britten wiens dagelijks leven op het spel staat niet. Zij verdienen een verantwoordelijk landsbestuur dat serieus aan de slag gaat met de vele maatschappelijke problemen.


Uw tip van de dag: Laat kinderen nooit zonder toezicht in de zandbak spelen. Voor je het weet pissen ze hun zandkasteel onder en wordt het een moddergevecht.

Geschreven door: Bas Smit

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s