Kandidatentalk: Wimer Heemskerk

Als kandidaat Politiek & Pers reist Wimer Heemskerk momenteel heel het land door om over zijn kandidatuur te praten. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat hij aan de keukentafel komt zitten van zijn interviewer onder het genot van een warme kop koffie en een flesje van het door hem zo begeerde Grolsch om te praten over zijn plannen en ideeën over de vereniging.

Wie ben je, wat doe je? Waar kom je vandaan?

Ik ben Wimer Heemskerk, ik ben 21 jaar en ik kom uit het prachtig mooie Almelo in het oosten van Nederland. Ik woon nu bijna vier jaar in Nijmegen en studeer politicologie aan de Radboud Universiteit. Ik ben anderhalf jaar voorzitter geweest van de afdeling Arnhem-Nijmegen, tot afgelopen januari. Tussentijds ben ik portefeuillehouder van de werkgroep Democratie & Openbaar Bestuur geweest en nu ben ik onder andere trainer bij de JD en redactielid van de DEMO.

Hoe kwam je erop om je kandidaat te stellen voor Politiek & Pers ondanks je voorzitterschap van Arnhem-Nijmegen?

Afdelingsvoorzitter is echt iets anders dan landelijk voorzitter en vereist andere vaardigheden. Ik heb het altijd leuk gevonden om een club aan te voeren, te begeleiden en een beetje prikkelen. Daar ben ik ook goed in. Maar ik had als afdelingsvoorzitter zeker tekortkomingen. Mijn opvolger, Léonie, vult het nu beter in dan ik ooit deed. Als Landelijk voorzitter moet je bovendien veel zichtbaarder zijn dan als afdelingsvoorzitter en wordt er veel van je gevraagd in het aansturen van niet alleen je eigen team maar ook het leiding geven aan een hele vereniging. Dat trekt mij op dit moment minder.

In mijn periode als afdelingsvoorzitter heb ik veel meer lol gekregen in het zichtbaarheid geven aan de JD in de pers. Hier heb ik in het laatste halfjaar van mijn voorzitterschap  ook de focus op gelegd. Politiek & Pers past mij beter dan landelijk voorzitter. Bovendien, wij hebben nu als JD een paar hele goede voorzitterskandidaten in huis.

“Het maakt de afweging voor mij makkelijker, ik kan het nu allebei doen.”

Was het voor jou belangrijk dat het bestuur nu parttime wordt?

Ja en nee; de keus is veranderd. Hiervoor was de keuze voor mij: ik ga een jaar volledig aan de JD wijden. Dat was een keus die ik heel serieus overwoog. Dat betekende voor mij ook dat ik zou stoppen met mijn werk bij D66 Nijmegen. Ik heb daar nu een mooie baan als communicatiemedewerker waar ik veel lol heb en leer, ook dingen waar ik  bij de JD veel aan heb. Het is bovendien een belangrijk deel van mijn inkomsten. Nu het een parttime bestuur is geworden ga ik niet stoppen bij D66 Nijmegen. Ik red het anders financieel ook niet. Het maakt de afweging voor mij makkelijker, ik kan het nu allebei doen. Net als bij veel JD’ers staat de onafhankelijkheid van de JD voor mij hoog in het vaandel, maar deze komt hiermee geenszins in gevaar. Ik heb de afgelopen jaren volgens mij ruimschoots aangetoond dat ik in mijn hart een echte JD’er ben.

Wat zijn de vaardigheden die je als Politiek & Pers moet hebben?

Je moet een scherpe pen hebben en een goed besef van politieke strategie – wat is relevant, hoe communiceren we iets? Je moet  mensen mee kunnen nemen in je argumentatie, zowel extern als intern. En je moet als Politiek & Pers mensen mee kunnen nemen in waarom je als bestuur de politieke en strategische keuzes maakt die je maakt – waar willen we als JD naartoe en hoe gaan we daar komen.

Tenslotte moet je als Politiek & Pers ook een visie hebben. Een persoonlijke visie op politiek, maar ook een visie vanuit de JD-beginselen, vanuit de waarden van de JD. Je moet scherp hebben hoe jij als JD’er aankijkt tegen het huidig politiek bestel.

Sta jij achter de visie van de JD?

De visie van de JD vind ik heel eenduidig en sterk en het is er eentje waar ik me heel goed in kan vinden. Niet alleen wat we vinden, maar ook de manier waarop we dat vinden. Ik houd wel van het rellerige en het provoceren, maar ik ben er tegelijkertijd trots op hoe goed wij de nuance kunnen leggen. Ik vind wel dat we als JD scherp moeten blijven en met nieuwe ideeën moeten komen.

“Ik heb geen ambitie om de rol van delegatieleider op te pakken.”

Naast Politiek & Pers komt dit jaar ook de job van internationaal in je portefeuille. Zie jij nog de meerwaarde in van organisaties als LYMEC en IFLRY?

Volgens mij zit er meerwaarde in deze organisaties zolang er JD’ers zijn die zich voor hen in willen zetten en daar iets van kunnen leren. Wel moet je kijken hoeveel het ons kost en of het ons deze investering waard is, ook in de hoeveelheid tijd het de bestuursleden kost. Ik ga me komend jaar niet actief inzetten voor LYMEC en IFLRY, wel wil ik hierin een coördinerende rol te spelen: welke leden willen hier actief mee bezig zijn, hoe kan ik die begeleiden, hoe kan ik hun op weg helpen? We hebben op dit moment al besloten als JD dat alleen de kosten van de delegatieleider voor de congressen worden vergoed en niet van alle deelnemers. Ik heb geen ambitie om de rol van delegatieleider op te pakken. Is er animo voor deze congressen dan zorg ik voor de goede begeleiding van deze mensen. Als leden behoefte aan een vast gezicht voor internationaal dan is het een waardevolle discussie om te kijken naar aan het aanstellen van een international officer.

Waar gaat jouw persoonlijke uitdaging liggen komend jaar als Politiek & Pers?

Ik wil het huis aan het eind van het jaar beter achterlaten dan ik het ontvang. Dat klinkt bij Politiek & Pers misschien een beetje vreemd, maar ik vind dat wij op gebied van politieke cultuur binnen onze vereniging nog veel te winnen hebben. Daar wil ik komend jaar mee aan de slag gaan. We moeten als vereniging meer spreken over strategie; op congressen moet worden gesproken over en worden vastgelegd wat de strategische lijn is en wat de focus issues zijn. Dit zijn inhoudelijke keuzes die nu helemaal aan het bestuur zijn. Door samen die afwegingen te maken verbeter je de strategische lijn, zeker op lange termijn, en vergroot je de verbonden en betrokkenheid van leden bij je politieke output.

“Ik vind dat ook een taak van het bestuur: mensen naar de macht helpen.”

Ook kunnen we veel beter worden in het stimuleren van initiatieven. Het moet voor leden met een goed idee – niet alleen PoHo’s, maar juist ook andere leden – veel laagdrempeliger worden om initiatieven op te starten en daar ook aan bij te dragen. Dit heeft met de verenigingscultuur te maken. Je moet gaan aanleren dat mensen met initiatieven komen. Een goed begin is achter de mensen aanbellen die een motie hebben ingediend op het congres om erachter te komen wat ze ermee willen doen. Wat daarin belangrijk is  het geven van competenties aan je leden en dat je ze het vertrouwen geeft dat ze nodig hebben om deze ook in te zetten: hoe schrijf ik een motie, hoe oefen ik invloed uit, hoe zet ik mijn idee op de agenda. Ik denk dat wij op die manier veel beter kunnen worden in het ontplooien van initiatieven in jongeren die de weg naar het centrum van de macht willen vinden, die , ondanks de kanalen die D66 al decennia zegt te graven, nog altijd erg lang is.

Wij moeten bovendien slimmer werken om écht dingen voor elkaar te krijgen. Op dit moment is het vaak zo dat een idee ophoudt met een motie op het congres. Als wij een goed idee hebben dan moet het eigenlijk gewoon de wet worden. Dat moet je dan ook je doel zijn. Dat betekent actieve samenwerken met en steun zoeken bij D66, maar ook met en bij andere partijen of andere PJO’s. Eigenlijk een stukje lobbywerk. We moeten dit onszelf aanleren en leden daar ruimte voor bieden. Ik vind dat ook een taak van het bestuur: mensen naar de macht helpen.

Ten slotte denk ik ook dat wij moeten kijken naar hoe we vernieuwender kunnen zijn. Alles wat wij als JD doen is gericht op politieke output leveren. Ook veel van onze activiteiten zijn hierop gericht. Standaard terugkoppeling bij een activiteit hoort dan ook te zijn: wat hebben we hier geleerd, wat nemen we daarvan mee en hoe zetten we dat om in een politiek voorstel? Dat draagt bij aan onze vernieuwendheid. Er wordt momenteel gewerkt aan een resolutie immigratie en dat loopt gewoon stroef. Je kan als LB daarin een sturende rol pakken door tijdelijke commissie in te stellen   met de doelstelling om binnen een jaar een resolutie aan te leveren. In zo’n tijdelijke commissie komen verschillende inzichten samen. Hier ligt een kans voor vernieuwing. En dan hebben we het niet alleen over immigratie, maar ook over dierenwelzijn – waar we nog altijd bijna niks van vinden – of zelfs iets als de staat van de rechtsstaat.

“Kan je dat niet, dan is het misschien geen goed idee dat je een afdeling bent.”

Hoe kijk jij als voormalig afdelingsvoorzitter naar de plannen van de voorzitterskandidaten voor meer aandacht voor de afdelingen?

Ik ga even iets heel politiek incorrects zeggen. Over bepaalde dingen ben ik namelijk erg sceptisch. Zo geven bepaalde kandidaten aan dat er het afgelopen jaar te weinig aandacht is geweest voor de afdelingen.  Bepaalde afdelingen hebben het afgelopen jaar, blijkbaar, veel ondersteuning van het landelijk bestuur nodig gehad en het LB was, blijkbaar, niet altijd in staat om die naar voldoening te geven. Oftewel, concluderen deze kandidaten: daar moeten we volgend jaar véél meer tijd aan besteden. Dennis van Driel (huidig voorzitter, red.) geeft aan nu al een groot deel van zijn tijd kwijt te zijn aan het begeleiden van deze afdelingen, en deze kandidaten willen deze tijd zelfs radicaal verhogen. Het moet immers, blijkbaar, véél beter dan het nu gaat.

Ondertussen gaan we terug van een full-time bestuur naar een parttime bestuur, je officiële uren worden gehalveerd. Er liggen bij de kandidaten die dit roepen totaal geen concrete plannen op tafel welke taken ze willen schrappen, maar ze gaan wel véél meer aandacht aan afdelingen besteden. Dit is toch niet realistisch? Wanneer de tijd die je steekt in bepaalde afdelingen zo ten koste gaat van andere dingen, dan komt er een punt om te zeggen: afdelingen hebben de verantwoordelijkheid hun eigen broek omhoog te houden. Kan je dat niet, dan is het misschien geen goed idee dat je een afdeling bent.

Je moet ze zelf die verantwoordelijkheid geven. Het kan niet zo zijn dat het de verantwoordelijkheid van het LB is om alle afdelingen drijvende te houden. Dat kan niet! Ik vind zulke speerpunten van kandidaat-voorzitters totaal geen realiteitszin hebben en eigenlijk gewoon een beetje populistisch gelul. Deze realiteitszin mist evengoed bij de afdelingen en de vereniging zelf. Ik denk dat afdelingen zich moeten realiseren dat ook zij komend jaar, wanneer we naar een zevenkoppig parttime bestuur gaan,  harder aan de bak moeten.

Toch is er op de laatste ALV een roep geweest om meer sturing van het LB bij het vinden van nieuwe bestuursleden voor de afdelingen.

Het Landelijk Bestuur is níet het fundament van onze vereniging. Het fundament van onze vereniging is de vereniging; de leden. Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van een afdeling zelf om voldoende opvolging te regelen. In tweede instantie is het aan de vereniging om elkaar hierin te ondersteunen en de JD genoeg zichtbaarheid te geven zodat er nieuwe aanwas blijft komen. Pas in derde instantie en bij hoge uitzondering kan er een beroep worden gedaan op het Landelijk Bestuur om te ondersteunen. Het Landelijk Bestuur is er niet voor om afdelingsbestuurders te rekruteren. Ze kunnen best wel voorstellen doen van wat er beter kan en het gesprek leiden van hoe we deze structurele problemen kunnen oplossen, maar dat betekent niet dat het LB de oplossing moet zijn. Dat kan gewoon niet in een zeven(of zelfs zes)koppig parttime bestuur.


Geschreven door: Mathijs van der Loo

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s