Het voedsel van de toekomst: gewoon vlees

Column van Thomas Vissers

“It’s not that juicy, but the consistency is perfect”, verklaarde Hanni Rützler in 2013. Klinkt als een willekeurige aflevering van ‘heel Holland bakt’, maar Rützler is in feite een Oostenrijkse voedselwetenschapper die de eerst burger ooit gemaakt van kweekvlees opat. De chefkok was de Nederlandse hoogleraar Mark Post van de universiteit van Maastricht, die het bedrijf Mosa Meat oprichtte met als doel commercieel kweekvlees op de markt te kunnen brengen. Inmiddels zijn verschillende start-ups al druk bezig met onderzoek naar de reageerbuis rib-eye. En dat is maar goed ook, want de techniek komt met alle baten maar zonder de forse lasten gemoeid bij het eten van vlees.

Het idee achter kweekvlees is niet dramatisch complex. Je neemt wat stamcellen van een dier en stopt ze in een medium met het juiste milieu om ze te laten ontwikkelen tot volgroeid spierweefsel. Dat is natuurlijk op zijn zachtst gezegd simpeler gezegd dan gedaan. In de werkelijkheid is het een enorm complex proces met nog vele uitdagingen voor zich. Zo is het bijvoorbeeld nog lastig verschillende soorten weefsel samen tot een geheel te brengen, is het lastig om te zorgen dat alle cellen genoeg zuurstof en voedingsstoffen binnen krijgen en moeten de stamcellen snel genoeg delen. Dit alles maakt dat de schaal waarop kweekvlees geproduceerd kan worden nog ontzettend klein is, de smaak en structuur nog niet helemaal lijken en de kosten de braadpan nog uitrijzen. Ook roept het idee van kunstmatig vlees bij veel mensen nog weerstand op. Toch zouden we volgens Post binnen tien jaar al competitief kweekvlees in de supermarkt kunnen zien.

Dat zou fantastisch nieuws zijn, want kweekvlees komt met een breed scala aan voordelen. Niet eens enkel voor ons progressieve tofuknagers. Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en Oxford University wijst uit dat kweekvlees 99% minder land nodig heeft, 45% minder energie en 96% minder watergebruik. Dat vertaalt zich in substantieel lagere productiekosten, wat leidt tot lagere prijzen en alle economische voordelen van dien.

Nog meer kiloknallers…

“Maar oh nee!” hoor ik je al denken, “nog meer goedkope kiloknallers in de supermarkt?!” Het antwoord hierop is simpelweg “ja”, maar de crux zit hem in de vraag waarom we die kiloknallers zo slecht vinden. Dat zijn ze namelijk niet op zichzelf, maar vanwege alle welbekende nadelen die vlees direct of indirect met zich meebrengt: een grote impact op het klimaat, versnelde antibioticaresistentie, gezondheidseffecten van grootschalige vleesconsumptie, verspilling van prima consumeerbaar voedsel en water voor de mens en het stelselmatig slachten van honderden miljoenen dieren per dag. Zo kan kweekvlees de uitstoot van broeikasgassen door de veehouderij volgens hetzelfde onderzoek met 96% verminderen, wat wereldwijd neerkomt op 14% van de totale uitstoot. Hoe indrukwekkend dit getal ook is, is de impact op dierenwelzijn wellicht de echte revolutionaire invloed van kweekvlees in diens meest radicale vorm. Het idee dat dieren slechts domme en gevoelloze machines zijn is een onhoudbaar reliek uit een lang gepasseerde tijdgeest. De schaal en manier waarop dieren in de globale bio-industrie hun korte levens doorbrengen is misschien wel de meest prangende blinde vlek in onze tijd. Kweekvlees biedt, mits mensen er in meegaan, een mechanisme waarmee dit in de praktijk ook echt met grote stappen ingrijpend kan worden veranderd. Bestaat er dus toch diervriendelijk vlees.

Dat kweekvlees naast eiwit- ook kansrijk is, is duidelijk. De vraag is of we het ook echt al snel in de winkel kunnen verwachten. De voorspellingen over een snelle komst van dit soort nieuwe technieken moet je net als menig stuk vlees soms ook met een klein korreltje zout nemen. Al moeten we misschien nog even op stapels steaks wachten, de stakes zijn in ieder geval al torenhoog!


Thomas Vissers is student natuurkunde en filosofie aan de Radboud Universiteit en is voormalig bestuurslid politiek van JD Arnhem-Nijmegen.

Geef een reactie